onze paarden


AMERICAN QUARTER HORSES
Wie wel eens een paard heeft gezien op een rodeo, met paarden heeft gewerkt op een ranch, of naar een westernfilm heeft gekeken, heeft negen van de tien keer een Quarter Hors gezien. Deze zwaar gespierde, compacte paarden konden over de kleine afstand op de rechte lijn, een kwart mijl, sneller lopen dan welk paard dan ook. De naam Quarter Horse is dan ook een afgeleide van deze kwart mijl afstand. De kwart mijl is vandaag de dag in Amerika nog steeds de meest populaire afstand voor Quarter Horses op de renbaan, de allersnelste paarden leggen deze af in 21 seconden of minder.
In de jaren 1600 noemden de Engelse kolonisten de allersnelste paarden Celebrated American Quarter Running Horses. In 1940 werd aangevangen met de registratie van deze paarden teneinde het ras te preserveren en het American Quarter Horse stamboek was geboren. De American Quarter Horse Association (AQHA) is conservator van het ras. Het American Quarter Horse stamboek is het grootste stamboek ter wereld. Wereldwijd staan inmiddels meer dan 4,5 miljoen American Quarter Horses geregistreerd. De AQHA heeft meer dan 350.000 leden en 123 affiliaties wereldwijd. Het allereerste paard dat bij de AQHA werd geregistreerd, was Wimpy P-1, gefokt op de King Ranch in Kingsville in Texas. Hoewel er onduidelijkheid bestaat over zijn geboortedatum is het jaar 1932 als geboortejaar in de officiële registers opgenomen. WImpy is ook de allereerste Quarter Horse die is benoemd tot 100% Foundation Horse.
Wie meer wil weten over Foundation Horses, kan een kijkje nemen op de site van de Foundation Quarter Horse Association, www.fqha.com. De AQHA erkent zeventien kleuren bij het ras, waarvan de meest prominente de bruinrode voskleur is. De erkende kleuren zijn Bay, Bay Roan, Black, Blue Roan, Brown, Buckskin, Chestnut, Cremello, Dun, Gray, Grullo, Palomino, Perlino, Red Dun, Red Roan, Sorrel en sinds kort ook White. Kleur is echter voor de meeste fokkers bijzaak. Behoud van het specifieke ras, type, karakter, bouw en atletisch vermogen voeren de boventoon. Toch is het wel aardig bij de kleuren stil te staan, omdat we met regelmaat trends zien. De basiskleur van elke vacht kan worden verklaard door het gebruik van afkortingen voor een zestal genen, te weten gray/not-gray (G/g), black/red (E/e), bay/black (A/a), full color/cream (C/Ccr ), dun/not-dun (D/d) en roan/not roan (RN/rn). Deze genen zijn de dragers van de erfelijke eigenschappen welke uiteindelijk het uiterlijk, de groei en het karakter van een paard bepalen.
Elke lichaamscel bevat twee sets genen , een set afkomstig van vaders- en een set van moederzijde. Qua samenstelling zijn deze gelijk , maar ze behoeven niet identiek te zijn. Zowel vader als moeder hebben bijvoorbeeld een genenpaar dat de samenstelling van het haar bepaalt. Van vaderszijde kan stijl haar bepalend zijn, van moederszijde krullend haar. Een nakomeling kan dan voor wat betreft deze erfelijkheidsfactor heterozygoot zijn. Wanneer de paren qua genetische samenstelling identiek zijn, spreken we van homozygoot. Een set genen bestaat uit twee allellen, een dominant (overheersend) en recessief (onderdanig) allel. Alleen de eigenschappen van het dominante allel komen zichtbaar tot uitdrukking.
Wie meer wil weten over genetica en het fokken op kleur, kan de nodige brochures aanvragen via www.aqha.com of tevens kijken op www.vgl.ucdavis.edu of www.equinecolor.com of www. fqha.com.
AMERICAN PAINT HORSES
In 1519 zette de Spaanse ondekkingsreiziger Hernando Cortes met zijn zeilschip koers naar het Noord Amerikaanse continent om daar roem en rijkdom te vinden. In zijn kielzog reisde niet alleen een groep conquistadors (veroveraars) mee, maar ook paarden om deze mannen op hun tocht door de nieuwe wereld te dragen. Cortes was zich toen nog niet bewust van het gegeven dat hij op dit Amerikaanse continent een diepgewortelde erfenis zou achterlaten. Een erfenis die aan de basis zou staan van een variëteit aan unieke, zeer aparte Amerikaans gefokte paarden. Volgens de Spaanse Historicus Diaz del Castillo, die deelnam aan de expeditie, was een van de 16 paarden die Cortes en zijn mannen dienden roodbruin met wit, met vlekken op de buik. Dit gevlekte paard werd gekruist met de inheemse Amerikaanse mustangs. Daarmee was het fundament gelegd voor het hedendaagse American Paint Horse ras. De American Paint Horse Association (APHA) is na de American Quarter Horse Association (AQHA) het een na grootste stamboek in de Verenigde Staten. Niet alleen het kleurrijke vachtpatroon is kenmerkend voor het ras, maar ook de typische bouw.
Veel mensen vinden Paint Horses fascinerender dan ander rassen. Zij bezitten namelijk niet alleen de kleuren van de andere rassen, maar onderscheiden zich daarvan door het karakteristieke gevlekte patroon. De witte vlekken komen voor in verschillende patronen en elk type patroon heeft een verschillende genetische oorzaak. Succesvol fokken op kleur bij Paint Horses begint net zoals bij Quarter Horses met basiskennis van de erfelijkheidsleer en de genen die bepaalde karakteristieken aan het nageslacht doorgeven. Elk Paint Horse heeft een combinatie van wit met een van de volgende kleuren: Black, Bay, Brown, Chestnut, Dun, Grullo, Sorrel, Palomino, Buckskin, Gray of Roan.
Hoewel aftekeningen in elke vorm of afmeting en overal op het lichaam kunnen voorkomen, onderscheiden we drie specifieke vachtpatronen, bekend als tobiano, overo en tovero, waarbij tobiano en overo de meest voorkomende zijn. Daarnaast onderscheiden we de eenkleurige Paint Horses als solid. Alle paarden , of ze nu tobiano, overo of solid zijn, dragen twee genen die het kleurpatroon bepalen, waarvan één paar afkomstig van de vader en één paar van de moeder. Wanneer een paard twee tobiano genen (T) heeft geërfd, noemen we dit homozygoot tobiano; als het een tobiano gen en een niet-tobiano (t) gen heeft geërfd noemen we het heterozygoot tobiano. Overo's en solids zullen alleen niet-tobianogenen hebben geërfd. Een homozygoot tobiano zal altijd tobiano of overeo veulens produceren, ongeacht het paard waarmee het wordt gekruist. Daarom worden homozygoot tobiano's ook wel gezien als 100% kleurverervers. Om te bepalen of een paard homozygoot tobiano is, is jarenlang studie en onderzoek aan deze materie gewijd, waarbij bloedmonsters, stamboom en nageslacht zijn geanalyseerd.
Wie meer wil weten over de genetica en erfelijkheidsfactoren bij American Paint Horses, kan hiervoor diverse brochures opvragen bij de APHA, via www.apha.com. Op pagina 70 vindt u een overzicht van de kansen een homozygoot tobiano te produceren
TOBIANO
Het meest bekende vachtpatroon bij Paint Horses is het tobiano patroon. We zien dit patroon wereldwijd vaak bij pony's en trekpaarden, soms zelfs bij warmbloed rassen. Veel stamboeken staan het patroon niet toe, maar dat neemt niet weg dat het aanwezig is geweest bij de paarden die aan de basis van het desbetreffende ras staan. De naam 'tobiano' heeft een interessante achtergrond. In Argentinië kent men de gewoonte ongebruikelijke kleuren te vernoemen naar paarden of mensen die de kleur in verband brengen met een specifiek evenement of individu. Het evenement waarvan de naam van het tobiano patroon is verbonden, is de bevrijding van Buenos Aires door generaal Tobias gedurende een militaire actie in de 19de eeuw. Veel van de troepen die Tobias vergezelden op zijn kruistocht waren gezeten op bonte paarden uit Brazilië met het tobiano vachtpatroon. Sporadisch kwam het kleurpatroon vóór die tijd in Argentinië al voor, maar vanaf dat moment werd dit sterk geassocieerd met Tobias en zijn strijdkrachten; en niet veel latere met de naam tobiano onderscheiden van andere kleurpatronen.
Kenmerkend voor de tobiano is dat voeten en benen, in elk geval vanaf de knie en de hak naar beneden, volledig wit zijn. Het hoofd is meestal donker met normale aftekeningen die men ook bij een niet-gevlekt paard kan verwachten: eenkleurig, een sterretje, een kol, een streep, onderbroken streep, een smalle of brede bles, een onderbroken bles met sneb of een sneb. De donkere kleur bedekt meestal een of beide flanken. Het wit strekt zich vertikaal uit en loopt meestal ergens in het gebied tussen de schoft en de staart over de toplijn van de rug heen. De vlekken zijn over het algemeen regelmatig. De afscheiding tussen de donkere en licht vacht is weliswaar duidelijk, maar vaak toch enigszins vaag omlijnd. De grens tussen donder en licht bestaat uit gepigmenteerde huid bedekt met witte haren, het ziet er naar uit als een soort schaduw. Bij tobiano kan zowel de donkere als de witte kleur overheersen. De ogen van de toçbiano zijn meestal donker; de staart tweekleurig. Donkere tobianos hebben soms zo weinig witte vlekken dat zij ook wel worden verward met solids. De minimaal gevlekte tobianos zijn voor de fokkerij het meest interessant, omdat zij in essentie tobiano zijn, zij het zonder vlekken. Zij zullen echtere wel vlekken vererven, waardoor tobianos soms uit het niets lijken te ontspringen. De niet-gevlekt tobiano heeft vaak veel wit op de onderbenen en weinig wit aan het hoofd en vice versa. De gemiddelde tobiano is echter goed herkenbaar en gemakkelijk te onderscheiden van anderen. Het meest extreem is de volledig witte tobiano met een donker hoofd, soms ook wel 'Maroccan' genoemd, waarbij de connectie met Marokko of Marokkaanse paarden uiterst vaag is. Een ander bijzonder fenomeen dat zich kan voordoen bij de tobiano zijn de zogenoemde inktspatten in de witte vlekken, kleine, meestal ronde donkere spatjes. De tobiano kan zowel overheersend donker als overheersend wit zijn
OVERO
De groep overo patronen is gecompliceerder dan tobiano. Verschillende genetisch van elkaar te onderscheiden patronen zijn ondergebracht onder één noemer: overo. De terminologie is hopeloos, dus het beste dat we kunnen doen, is proberen de drie verschillende patronen te begrijpen. Overo is een Spaans woord. Van origine betekent het 'als een ei'. In het geval van het overo vachtpatroon refereert de naam aan stippen of vlekken. In Zuid Amerika dekte de simpele term overo lang geleden alle mogelijke gevlekte patronen bij paarden, zelfs de blanket en leopard patronen, typerend voor de American Appaloosa. In Argentinië gebruikt men de term nog steeds om gevlekte patronen anders dan tobiano aan te duiden. In de Verenigde Staten betekent overo over het algemeen een Paint Horse niet zijnde tobiano. De term overo dekt in feite drie genetisch van elkaar te onderscheiden patronen: frame overo, sabino spotting en splashed white.
FRAME OVERO
De naam 'frame' refereert aan een patroon met witte vlekken in het midden van lichaam en hals die omgeven ofwel ingesloten zijn door gebieden met een donker kleur; het frame. Bij het meest gangbare overo patroon strekken de vlekken zich horizontaal uit en komen niet over de toplijn van de rug. De aftekeningen aan het hoofd strekken zich vaak over een wat groter gebied uit en de ogen zijn gewoonlijk blauw. Minstens een, maar vaak ook alle vier de benen zijn zwart, hoewel witte voeten en kleine witte aftekeningen op de benen net zo vaak voorkomen bij overos als bij niet-gevlekte paarden. De witte vlekken zijn duidelijk te onderscheiden van de donkere, hoewel soms een soort schaduw kan ontstaan, veroorzaakt door gepigmenteerde huid onder de witte haren direct bij de overgang naar de donkere haren. BIj de overo kan zowel de donkere als de witte kleur overheersen. De staart is meestal eenkleurig. Frame overo komt in een beperkt aantal bloedlijnen voor, veelal met Spaanse voorouders. Frame overo in de meest ectreem witte vorm is het meest gerelateerd aan het Overo Lethal White Syndrome.
SABINO SPOTTING
Het sabino patroon komt bij Paint Horses net zo vaak voor als tobiano en frame overo. In Zuid Amerika wordt het sabino patroon gewoonlijk overo genoemd, wederom verwarring in de terminologie. In het literair Spaans betekent 'sabino' bleek of gespikkeld. In Mexico en Argentinië wordt de term gebruikt bij de beschrijving van roogespikklede grijze paarden en andere gespikkelde patronen. In Europa, en met toenemende mate in Amerika, wordt de term gebruikt voor de beschrijving van een uniek patroon van witte vlekken bij paarden. Sabino paarden hebben over het algemeen vier witte benen. Vanaf de benen naar boven toe is het wit vaak een beetje gerafeld en verspreidt het zich verder vanaf de buik naar de bovenkant van het lichaam. Het hoofd is meestal behoorlijk wit en de ogen blauw. Maar ook veel sabino paarden hebben ogen die deels blauw en deels bruin zijn. Gespikkelde vlekken of schimmelachtige delen zijn normaaal bij sabinos, in tegenstelling tot de frame overos, die meestal wat scherper gevlekt zijn. Wereldwijd komt sabino bij diverse rassen voor, inclusief bij Paint Horses, Volbloedpaarden, Clydesdales en vele andere rasssen. Wanneer gevlekte veulentjes worden geboren bij de stamboeken die dit niet toestaan, zoals bijvoorbeeld de American Quarter Horse Association, is het sabino patroon meestal de schuldige.
Sabino wordt ook wel gezien als een meesterlijke imitator en sommige sabinos zijn bijna het perfecte evenbeeld van tobiano of frame overo, waardoor wederom verwarring onstaat. Wanneer een sabino patroon minimaal tot uitdrukking komt, heeft het desbetreffende paard gewoonlijk vier witte sokken en een bles, waardoor het zich op het eerste gezicht amper onderscheid van een niet-gevlekt paard. Het sabino patroon verraadt zich echter, omdat de markeringen afwijken van de gangbare markeringen bij paarden. De randen van de vlekken hebben flarden, of de vlekken spreiden zich versmald uit naar het bovenbeen. Het gemiddelde sabino patroon is echter goed te onderscheiden en zal niet gauw in verwarring worden gebracht met andere patronen. De meeste sabinos hebben witte vlekken die zich vanaf de buik naar boven uitstrekken. Aanvullende op de witte gebieden hebben zij schimmelachtige of gespikkelde oppervlakten. Maar sommigen daarentegen zijn weer bijna volledig schimmel, zonder witte vlekken. Zij kunnen dan ook weer verward worden met de echte schimmels, hoewel het wit aan het gezicht en benen hen vaak weer verraadt. Bovendien is het hoofd niet donker, een typisch kenmerk van de schimmelachtigen.
Een andere extreem voorbeeld is de sabino die wel gevlekt is, maar niet geschimmeld. Deze kunnen weer makkelijk verward worden met frame overos, in het bijzonder wanneer zij ook nog een of twee donkere voeten hebben. De vlekken zijn echter meestal wat kleiner en onregelmatiger dan bij de typische frame overos. Soms is het onmogelijk een onderscheid te maken tussen paarden die echt sabino zijn en frame overos die naast het frame overo patroon ook nog eens witte aftekeningen op de voeten hebben.
De witste sabino is nagenoeg geheel of geheel wit. Sommigen daarvan hebben alleen een beetje kleur bij de oren, op de borst of bij de staartinplant. De witte sabino overleeft het meestal wel, waaruit blijkt dat er een groot verschil is met de frame overos waarbij lethal white veulens kort na de geboorte zullen overlijden. Sabino wordt dan ook niet geassocieerd met het lethal white gen.
SPLASHED WHITE
Splashed white is het vlekkenpatroon dat het minst voorkomt. Het komt sporadisch voor bij sterk uiteenlopende rassen, zoals bijvoorbeeld de Welsh Pony, het Finse werkpaard, de Ijslander en de Paints. Het splashed white patroon doet een paard er uit zien alsof het in witte verf is gedipt. Bij een donker paard zal dat eruit zien als en ijshoorn die in warme chocoladesaus is gedipt. De benen en de onderdelen van het lichaam zijn meestal wit, zo ook het hoofd en de ogen zijn meestal blauw. De overgangen van wit naar donker zijn scherp en schoon. Splashed whites hebben soms een donkere bovenlijn, maar soms ook loopt het wit over de bovenlijn heen. Veel splashed white paarden blijken overigens door te zijn. Zolang de trainer zich deze beperking realiseert, is er niets aan de hand en kunnen deze paarden een volledig, normaal en productief leven leiden. Voor takken van sport waarbij stemhulpen een belangrijke rol spelen, worden deze paarden echter lastig en koppig ervaren. Zij kunnen da ook eenvoudig zowel fysiek als psychisch worden geruïneerd door het gebruik van technieken die niet geschikt zijn voor dove dieren.
TOVERO: DIVERSE COMBINATIES
Alle genoemde Paint patronen, tobiano, frame overo, spotted sabino en splashed white kunnen een paard op zich goed karakteriseren. Veel paarden echter vertonen patronen gevormd door een combinatie van een of meerder patronen. In zo'n geval is het moeilijk het patroon te classificeren. Wat voor combinatie zich dan ook voordoet, deze zal zich kenmerken door de aanwezigheid van het wit dat zich in elk der patronen dat deel uitmaakt van de combinatie voordoet. De combinatie neemt als het ware het wit van elk der componenten uit de desbetreffende combinatie en voegt deze samen. Dus daar waar het patroon van een der componenten wit zou bevatten, bevat de combinatie dit ook. Uit een kruising van een tobiano en een overo kan dus een nakomeling worden geboren die de karakteristieken van beiden vertoont. Veel van deze combinaties zijn onder de noemer tovero geschaard, simpelweg omdat de meeste tobiano zijn in combinatie met een ander patroon. Deze combinatiepatronen hebben echter ook consequenties voor de Paint Horse fokkerij. Het is namelijk mogelijk dat zij moeilijk correct te indentificeren zijn. Met name het accuraat identificeren van een frame/ sabino combinaties kan soms zeer moeilijk zijn en de meeste paarden uit zo'n combinatie worden geïdentificeerd als sabino. De toevoeging van frame echter betekent onlosmakelijk de toevoeging van de mogelijkheid om lethal white te produceren, wanneer wederom een kruising plaats vindt met een frame paard.
Voor het tovero patroon geldt in het algemeen donker pigment rondom de oren dat zich naar voren uitbreidt en het voorhoofd en/ of ogen kan bedekken. Een of twee ogen zijn blauw. Voorts is donker pigmet rondom de mond kenmerkend dat zich kan uitbreiden tot over de wangen, alwaar het vlekken kan vormen. De tovero heeft een borstvlek(ken), waarvan de afmeting afwisselend is, deze kan zich ook uitbreiden naar de hals. Ook de grootte van de vlekken aan de flank kan variëren. Vaak worden deze vergezeld van wat kleinere vlekken die zich naar voren richting buik verspreiden of naar boven over de lendenen. Voorts zien we vaak vlekken, variërend in grootte aan de basis van de staart.
De APHA erkend evenals de AQHA 17 kleuren: Bay, Bay Roan, Black, Blue Roan, Brown, Buckskin, Chestnut, Cremello, Dun, Gray, Grullo, Palomino, Perlino, Red Dun, Red Roan, Sorrel en White.
AMERICAN APPALOOSAS
Het ont- en bestaan van gevlekte paarden voert terug naar de prehistorie. Zo blijkt uit wandschilderingen die in de grotten van Perche-Merle in Frankrijk zijn gevonden. Veel later werden gevlekte paarden gezien op Chinees porselein daterend uit het jaar 500 voor Christus en nog later op Perziche kunstwerken daternd uit de 14de eeuw. Maar het ontstaan van de American Appaloosa zoals wij het ras hedendaags kennen, stamt - net zoals bij de American Paint Horse - uit begin 16de eeuw, toen de eerste Spanjaarden zich in Mexico vestigden. Dankzij de Indianen die zich - veelal door diefstal - paarden toe hadden geëigend, bereikten de eerst gevlekte paarden rond 1700 het noorden van de Verenigde Staten, waar ook de Nez Perce Indianen waren gevestigd. Rond 1730 waren de meeste gevlekte paarden in het bezit van deze stam. De Nez Perce waren gecharmeerd van de intelligentie, het uithoudingsvermogen en de kleurschakeringen van de paarden en gingen gericht met de gevlekte paarden fokken. Minderwaardige hengsten werden gecastreerd of verhandeld en alleen de beste hengsten en hoogwaardige merries werden voor de fokkerij ingezet, gericht op elegantie, kwaliteit en uithoudingsvermogen. Het nauwe contact met de mensen uit de stam vereiste een rustige en gevoelige dispositie van het paard, eigenschappen die het ras vandaag de dag nog steeds kenmerken.
De Nez Perce bevolkten het noordoosten van Oregon tot het zuidoosten van Washington langs de grens met Idaho, een ideaal gebied voor de voortplanting van de paarden. In de zomer verbleven de kuddes in de groene heuvels en in de winter zochten zij een onderkomen in de beschutte canyons langs de oevers van de Snake, Palousa en Clearwater rivieren. Rond 1870 viel voor het eerst de naam Appaloosa, die in eerste instantie afstamt van de Palouse rivier. Men noemde de gevlekte paarden Palouse, wat later werd omgevormd tot Palousy Horse, waaruit weer de benaming A Palousy voortkwam. In de loop der jaren werd deze naam ingekort naar Apalousey, waaruit uiteindelijke de naam Appaloosa ontstond. Na de Nez Perce oorlog in 1877 leek het perfect gefokte paard uit te sterven. Na de overgave van Chief Joseph werden de in beslag genomen paarden door het Amerikaanse leger verkocht, raakten her den der verspreid en met ander rassen gekruist. Eerst in 1938 werd de Appaloosa Horse Club (ApHC)opgericht, gedreven door mensen die het typische Nez Perce oorlogs- en jachtpaard nauw aan het hart lag en de rasstandaard in ere wilden herstellen. Enkele nakomelingen van de pure Nez Perce paarden liggen aan de hedendaagse Appaloosa ten grondslag. Inmiddels staan bij de ApHC meer dan 600.000 American Appaloosas geregistreerd. Over het algemeen kan men de Appaloosa goed herkennen aan het gespikkelde kleurrijke vachtpatroon, maar daarnaast heeft de Appaloosa nog andere ras-specifieke kenmerken. Dit zijn een gespikkelde huid rond de mond, ogen, uier en geslachtsdelen, witte oogrok (het harde bindweefsel dat de oogbol omgeeft, vergelijkbaar met een mensenoog) en gestreepte hoeven.
Bij de ApHC erkent men 16 basiskleuren. Bay, Bay Roan, Black, Blue Roan, Buckskin, Chestnut, Cremello, Perlino, Dark Bay, Brown, Dun, Gray, Grulla, Palomino, Red Roan en White. Bij de APHA en AQHA erkent men wit niet als basiskleur. Een paard met een echte witte vacht wordt volledig wit geboren en zal zijn hele leven wit blijven. De vachtharen zijn sneeuwwit met een onderliggende roze huid. De ogen zijn doorgaans donkerbruin. Bij de geboorte is het vaak moeilijk de kleur van een Appaloosa te voorspellen. De meeste veulens worden met een licht gekleurde vacht geboren, die naarmate het veulen ouder wordt donkerder wordt. Een uizondering hierop vormen de paarden met de kleur gray; deze worden geboren met een donkere gekleurde vacht die huist oplicht naarmate het veulen ouder wordt. De meeste veulens verliezen hun babyhaar het eerst rondom de ogen, neusgaten en bij de staartinplant, daarna gevolgd door de benen. De zachte haartjes die hieronder zitten, kunnen een goede indicatie geven van de uiteindelijke kleur.